Wij eisen de nacht op? Wij eisen Nederland terug!

Gepubliceerd op 13 oktober 2026 om 08:40

 

Na de moord op de zeventienjarige Lisa kwam de beweging 'Wij eisen de nacht op' op gang. Een reactie op een verschrikkelijke gebeurtenis. Onze vrouwen en dochters moeten veilig en zonder angst over straat kunnen gaan. Daar zou geen discussie over hoeven te bestaan.

Nu zie ik deze boodschap opnieuw voorbijkomen. De dagen worden korter en het wordt eerder en langer donker. Steeds vaker fietsen en lopen we naar huis over verlaten straten en slecht of nauwelijks verlichte fietspaden. Ik begrijp de oproep om de nacht op te eisen. Maar ik vraag me tegelijkertijd af: doen we genoeg om de kwaal aan te pakken?

Een SOS-gebaar leren kan helpen wanneer iemand het ziet, herkent en hulp inschakelt. Een fluitje kan de aandacht trekken. Maar op een verlaten fietspad of afgelegen plek is er niemand die kijkt of luistert. Wat heb je er dan aan?

Daar komt nog bij dat niet iedereen tijdens een aanval nog kan handelen. In een Zweeds onderzoek onder 298 vrouwelijke slachtoffers van een verkrachting, of poging daartoe, meldde 70 procent een bevriezingsreactie. Bij 48 procent van de totale groep was deze reactie zelfs extreem. Die cijfers gelden dan wel voor de onderzochte groep, maar maken daarmee wel duidelijk dat roepen, bewegen of jezelf verweren lang niet altijd mogelijk is.

Bevriezen is geen toestemming of gebrek aan moed en al helemaal geen schuld van het slachtoffer. Juist daarom mogen we veiligheid niet afhankelijk maken van de vraag of je tijdens een aanval nog om hulp kunt roepen. Laat staan een gebaar kunt maken.

Natuurlijk moeten daders worden gestraft. Dan moet de afschrikking wel dusdanig zijn dat herhaling ermee wordt voorkomen en eventuele daders doet nadenken. Als de aanpak blijft steken in het aanleren van noodsignalen en straffen achteraf, blijft de vraag liggen: hoe voorkomen we überhaupt dat iemand slachtoffer wordt?

Ook de rechtsgang roept dan vragen bij mij op. Op 28 januari van dit jaar kreeg een man die in het Amsterdamse Westerpark een vrouw gewelddadig probeerde te verkrachten, drieënhalf jaar cel en tbs met dwangverpleging. Van poging tot moord of doodslag werd hij vrijgesproken. De rechtbank achtte onvoldoende bewezen dat hij haar wilde doden of bewust dat risico had genomen.

Het slachtoffer verliet geëmotioneerd de rechtszaal. Zij had de nekklem gevoeld en de bedreigingen gehoord. Ik begrijp helemaal dat een rechter het bewijs moet wegen. Maar ik vraag me wel af of ons strafrecht op dit vlak voldoende recht doet aan zulk ernstig geweld en de angst die gevoeld moet zijn door het slachtoffer. Straffen moeten de ernst van het geweld weerspiegelen en de samenleving beschermen.

En hoe goed bestraffen ook is:

Met alleen symptoombestrijding genezen we de kwaal niet.

Die kwaal zit in het gedrag en de opvoeding (of het gebrek daaraan) van de mensen die menen een ander te mogen intimideren, aanranden of aanvallen. Aan het idee dat een vrouw ondergeschikt zou zijn aan iemands verlangens, gedrag, overtuigingen of vermeend gezag moeten we paal en perk stellen. Met hele duidelijke consequenties. En deze van jongs af aan meegeven.

Geen geloof, cultuur of persoonlijke overtuiging geeft iemand het recht om daarvan af te wijken.

Daarom moeten we ons niet alleen afvragen hoe vrouwen zich beter kunnen beschermen. We moeten vooral vragen hoe jonge jongens en mannen zich naar onze maatstaven gaan gedragen. Thuis, op school en binnen de gemeenschappen. Niet met vrijblijvende slogans en halfzachte maatregelen. Maar met duidelijke normen en waarden en zichtbare consequenties.

Lessen in weerbaarheid en fatsoen zouden een vast onderdeel van het onderwijs moeten worden, vanaf de laatste groepen van de basisschool. Leer jongens én meisjes hun eigen grenzen aangeven, die van anderen respecteren, dreiging herkennen en hulp inschakelen. Leer hen ook hoe ze zichzelf kunnen verdedigen. Laat hen onder begeleiding van opgeleide instructeurs oefenen met groepsdruk en intimidatie zodat ze leren en weten welke mogelijkheden ze hebben om veilig weg te komen.

Weerbaarheidstraining kan helpen om gevaar te herkennen en handelingen te oefenen. Dat is geen garantie tegen bevriezen. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de dader.

Op deze manier leren jongeren ook elkaar te durven helpen wanneer ze gevaar of ongemakkelijke situaties signaleren. Door iemand aan te spreken, steun te bieden of samen weg te lopen zonder zichzelf in gevaar te brengen. Een noodgebaar is immers pas zinvol wanneer een ander het herkent en bereid is om te helpen.

We moeten onze openbare ruimte terugwinnen. Goede verlichting, toezicht en snelle hulpverlening zijn belangrijk. Maar veiligheid begint niet bij een lantaarnpaal. De verantwoordelijkheid ligt ook niet alleen op de schouders van de agenten of hulpverleners. En het eindigt niet bij een gevangenisstraf. Het begint bij de overtuiging dat niemand het recht heeft een ander bang te maken.

Daarom moeten we niet alleen de nacht opeisen.

Wij moeten Nederland terugeisen: een land waarin vrouwen vrij kunnen bewegen, grenzen worden gerespecteerd en mensen naar elkaar omzien. Waar we onze kinderen fatsoen bijbrengen en daders verantwoordelijk houden.

Met alleen symptoombestrijding genezen we de kwaal niet.

Bert Schouwstra


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.