Conformistisch Democratisch Appèl
Afbeelding: Wikimedia Commons/ Publiek Domein
Met stijgende verbazing keek ik naar het debat tussen SGP’er Diederik van Dijk en CDA’er André Poortman. Van Dijk stelde een vraag die dwars door alle politieke formuleringen heen sneed: wat moet een zorgmedewerker doen als een kindje na een late abortus levend ter wereld komt? Moet die het hulpeloos laten sterven?
Een beeldende, terechte ethische vraag.
Van het CDA dat ik van vroeger kende, zou ik een duidelijk uitgangspunt verwachten: wij kiezen voor bescherming van het leven. Rentmeesterschap staat immers in de beginselen. Wij helpen dat kindje en bieden de zorg die medisch mogelijk is. Over de medische mogelijkheden kunnen de artsen die de abortus uitvoerden ook oordelen, maar over de morele verantwoordelijkheid mag een christendemocraat toch alsjeblieft heel helder zijn?
Niets is minder waar. Poortman wilde de vraag op dat moment niet beantwoorden. Hij beschreef hoeveel gedachten en mogelijke antwoorden door zijn hoofd gingen, als christendemocraat, en wilde het gesprek voortzetten tijdens een komend commissiedebat.
Het kindje blijft in dat denkbeeldige scenario ondertussen zolang even liggen.
Juist dat vond ik merkwaardig. Daar stond een vertegenwoordiger van een partij die de bescherming van kwetsbaar leven in haar politieke overtuiging draagt. Dan verwacht ik dat achter alle ingewikkelde afwegingen ten minste één beginsel overeind blijft: ook dit leven doet ertoe.
Maar misschien zijn ego’s inmiddels belangrijker geworden dan de idealen. Poortman werd voor het blok gezet, zoals dat in een debat kan gebeuren. Maar juist dan blijkt waar je voor staat. Zijn reactie wekte vooral de indruk dat hij niet wilde toegeven. Alsof erkennen dat Van Dijk een wezenlijk punt raakte, een nederlaag zou zijn. Maar wat verlies je nu werkelijk wanneer je tegenover de ander je ego laat prevaleren en je beginselen uit beeld verdwijnen?
Publieke gerechtigheid, solidariteit, gespreid verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Dat zijn volgens de site de vier kernwaarden van het CDA. Mooie woorden waar ik mij voor een belangrijk deel in herken. Zorg dragen voor wat je is toevertrouwd. Verantwoordelijkheid voelen voor de ander. Opkomen voor wie zichzelf niet kan verdedigen.
Zulke waarden krijgen pas echt betekenis wanneer een ongemakkelijke vraag om een concreet antwoord vraagt.
Ik schrijf dit ook vanuit teleurstelling. Ik heb zelf wel eens CDA gestemd. Ik heb verbondenheid gevoeld met die partij, met de achtergrond en de mensen voor wie zij opkwam. Die herkenbaarheid is steeds verder aan het verdwijnen.
Dat gevoel begon niet bij dit debat. Denk aan de oude tweet van Henri Bontenbal waarin hij zich afvroeg waarom het CDA het agrarische deel van zijn achterban zo belangrijk maakte. De waarschuwing erbij was dat een profilering als boerenpartij de toekomst van het CDA zou bedreigen.
Natuurlijk moet een volkspartij verder kijken dan één beroepsgroep. Maar dit is vooral een electorale rekensom. Hoeveel mensen vertegenwoordigt deze groep nog? Hoe belangrijk moeten we hen dan maken? Terwijl je van een partij met deze wortels juist betrokkenheid verwacht bij boerengezinnen en de gemeenschappen waarvan zij deel uitmaken. Daar past niet bij dat je hen uit electorale overwegingen opzijzet. Rentmeesterschap, weet u nog?
Maar terug naar het debat. De SGP deelde er een filmpje van. Dat mag. Een volksvertegenwoordiger wordt in een openbaar debat aangesproken op zijn overtuiging. Een ontwijkend antwoord mag zichtbaar worden gemaakt; het is door iedereen ook zo op te zoeken. De context en weergave waren eerlijk en helder.
Om dan in de vlek te gaan wrijven en te zeggen dat het debat ‘onwaardig’ gevoerd wordt, is natuurlijk kwezelarij. Wie over waardigheid begint, moet dan ook in de spiegel durven kijken. Waar ligt die waardigheid dan precies? In de formulering? Het ongemak van de vraag? Of in het ongemak van degene die antwoord moet geven?
Dat het debat zorgvuldig moet zijn, begrijp ik. Het is een levensbeschouwelijke, ethische en morele vraag die voorligt, die raakt aan onze overtuiging over de waarde en beschermwaardigheid van het leven. Juist daarom vraagt zij om een inhoudelijk antwoord en een duidelijk moreel uitgangspunt.
Dat betekent niet dat alle pijn en emotie uit het debat moeten verdwijnen. Een kindje dat levend ter wereld komt na een abortus en mogelijk sterft. Die werkelijkheid is aangrijpend. Dat mogen de woorden waarmee we erover spreken ook zijn.
Ik begrijp best dat je soms afstand moet nemen, dat emotie niet de enige raadgever kan zijn en dat politieke verantwoordelijkheid om afwegingen vraagt. Daarom heb ik geprobeerd eens van een afstand naar het CDA te kijken.
Er zitten zeker goede Kamerleden. Betrokken CDA’ers die vanuit een oprechte overtuiging hun werk doen. Mijn kritiek doet daar niks aan af. Maar als ik naar de koers kijk, dringt zich steeds nadrukkelijker een andere betekenis van de letter C op.
De C van conformistisch.
Waar de wind waait, zie ik het CDA. Waait het vaantje naar links, dan gaan ze naar links. Waait het vaantje naar rechts, dan gaan ze naar rechts. En als het niet waait, is het CDA ook stil.
Natuurlijk vraagt politiek om concessies. Je kunt niet alles binnenhalen, maar ook dan moeten je beginselen herkenbaar blijven.
Voor mij zijn de christelijke waarden in de koers van het CDA zo ver naar de achtergrond verdwenen dat ze niet meer te herkennen en te vinden zijn. Dat is een politieke keuze. Dan mag de vraag ook worden gesteld wat die C nog voorstelt.
Het begint op te vallen: het is geen vaste koers meer, maar varen op een windrichting, en de idealen? Die volgen. Hoe goor wil je het hebben.
Het Conformistisch Democratisch Appèl.
Hopelijk lezen ze hun beginselen nog eens door voordat zelfs de wind niet meer weet waar de partij voor staat.
Bert Schouwstra