Van de Kazernes naar de boerderijen: Wanneer worden we eens wakker?

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 08:36

De geschiedenis heeft soms een beroerd gevoel voor humor. Je hoeft eigenlijk alleen maar lang genoeg te wachten om te ontdekken dat een waarschuwing achteraf ineens een vooruitziende blik bleek te zijn.  

Vraag het maar eens aan de spoken uit de Edese kazernes.  

Ruim twintig jaar geleden verdwenen de kazernes uit Ede. Er waren mensen die waarschuwden: denk goed na voordat je dit allemaal afbreekt. Een kazerneterrein verander je maar één keer in een woonwijk. Mocht de wereld ooit weer grimmig worden, dan parkeer je daar niet zomaar opnieuw weer de tanks en soldaten. 

Maar de koude oorlog was voorbij, defensie kon kleiner en Den Haag wist het beter. De poorten gingen dicht. 

Nu is diezelfde wereld een stuk minder vriendelijk en hebben we plotseling weer behoefte aan Defensie, ruimte en strategische slagkracht. 

Tja.  

Wat weg is, komt niet zomaar weer terug.  

En precies die fout dreigen we opnieuw te maken, (en zijn we feitelijk al hard mee bezig), ditmaal niet met onze kazernes. Maar met onze boerderijen.  

Wie denkt dat dit overdreven is, moet eens luisteren naar onze eigen jonge boeren. Het AJK Stroe-Wekerom trekt aan de bel. Hun boodschap liegt er niet om: de bezorgdheid onder jonge boeren is nog nooit zo groot geweest.  

Jongeren die niks liever willen dan het familiebedrijf overnemen, vragen zich af of dat straks überhaupt nog mogelijk is. Niet omdat ze niet willen werken. Niet omdat ze niet willen vernieuwen of verduurzamen. Maar omdat niemand ze nog kan vertellen waar ze over vijf of tien jaar aan toe zijn. 

Vandaag regel A, morgen norm B en volgende maand ligt plan C alweer op tafel. Minder dieren, meer grond, bufferzones, stikstofregels en voortdurend nieuwe voorwaarden. En extra grond? Die is voor de jonge agrarische ondernemer nauwelijks nog te betalen. 

Tegelijkertijd vertellen we deze jongeren dat we ze graag toekomstperspectief willen bieden.  

Mooi woord.  

Maar perspectief kun je niet melken. 

Misschien nog zorgelijker is iets anders. De jonge boeren geven wel aan dat er met hen wordt gesproken, maar dat ze steeds minder het gevoel hebben dat er daadwerkelijk iets met hun zorgen gebeurt. Die onzekerheid raakt inmiddels niet alleen meer het bedrijf, maar ook de mensen erachter.  

Dat zou het Edese gemeentehuis wakker moeten schudden! 

Want dit gaat allang niet meer alleen over stikstof. Het gaat over de toekomst van jonge mensen. Over familiebedrijven waar generaties aan hebben gebouwd. Over voedsel van eigen bodem. Werkgelegenheid in onze dorpen en buurtschappen dat mede door onze boeren is gevormd.  

En uiteindelijk één simpele vraag:  

Wie maakt straks ons eten? 

Het Edese college zegt de zorgen te begrijpen. Er worden brieven naar Den Haag gestuurd, er wordt gelobbyd en Ede blijft deelnemen aan de Aanpak Veluwe omdat we aan tafel invloed zouden kunnen uitoefenen.  

Bestuurlijk allemaal keurig uit te leggen. 

Maar soms moet je niet nóg een keer aan tafel. Soms moet je ervoor gaan staan.  

Want ondertussen schrijven we prachtige omgevingsvisies over ons Dorps-DNA, cultuurhistorische linten en het karakter van onze dorpen en buurtschappen. Op papier wordt het gekoesterd als een gouden kleinood zouden ze in Zuid-Afrika zeggen.  

Maar zonder boeren wordt dat Dorps-DNA uiteindelijk Museum-DNA. 

Een boerderij die verdwijnt zet je niet een aantal jaar later weer aan. Kennis verdwijnt. De opvolger kiest noodgedwongen een ander beroep. Grond krijgt een andere bestemming. En zo verdwijnt langzaam het DNA uit de regio. 

Net zoals met de kazernes.  

Misschien ontdekken we over een aantal jaar dar voedselzekerheid toch niet zo vanzelfsprekend is. Dan volgt er ongetwijfeld een commissie, met een vuistdik rapport. Debatten en uiteindelijk de conclusie:  

We hadden eerder moeten ingrijpen. 

Die waarschuwing ligt er vandaag al.  

Niet vanachter een Haags bureau, maar rechtstreeks vanaf de erven van onze jonge boeren. 

Dus Ede: genoeg mooie woorden, brieven en bestuurlijk begrip. Tijd om een grens te trekken.  

Tijd om vóór onze boeren te gaan staan in plaats van met mooie woorden achter onze boeren te blijven staan.  

Want wie vandaag niet opstaat voor de boer, moet morgen niet verbaasd zijn als er geen boer meer is om achter te staan.  

 

Bert Schouwstra 

 

Foto: Remco Methorst 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.